Oorsprong van de naam

Navigare Necesse est, Vivere non est Necesse We schrijven de eerste eeuw voor Christus. Rome was na de stichting door Romulus en Remus uitgegroeid tot de hoofdstad van de wereld met een bevolking van 1,2 miljoen mensen.
Voedsel was heel belangrijk om alle inwoners te voeden en om het gepeupel rustig te houden. Naast de afleiding in het Collosseum was het zeer belangrijk dat er voldoende brood was (Brood en spelen). Dit brood werd vanzelfsprekend van graan gemaakt dat van verre moest komen; met name kwam dit uit het Midden Oosten en uit Afrika (Egypte).

In deze tijd leefde Gnaeus Pompeius Magnus (106 tot 48 voor Christus). Pompeius stamde uit een invloedrijke familie uit Picenum en was legeraanvoerder in het Romeinse leger. Als veldheer vierde hij grote triomfen. Zo kreeg hij in 79 voor Christus de titel imperator na de aanhangers van Marius in Sicilië en Afrika te hebben verslagen en vergrootte hij zijn populariteit door in 71 voor Christus de laatste aanhangers van Spartacus te verslaan. In 70 voor Christus verkreeg hij samen het Crassus het consulaat. Pompeius versloeg de piraten in de Middelandse Zee, verjoeg Mithridates uit Pontos, onderwierp Armenië en Syrië en veroverde de hele oostelijke kust van de Mare Nostrum, waaronder Palestina, met de controle over talrijke handelsroutes, onder andere naar Indië. In 60 voor Christus vormde hij samen met Crassus en Julius Caeser een triumviraat in Rome.

In april van het jaar 56 voor Christus voerde Pompeius het bevel over een vloot naar Sicilië, Sardinië en Afrika om Rome aan graan te helpen. Op de terugreis van Sicilië stak er een zeer zware storm op. De matrozen van de graanschepen dreigden met staking en weigerden verder te gaan. Volgens de Griekse geschiedschrijver Plutarschus sprong Pompeius Magnus toen als eerste op het schip en gaf met de volgende woorden de matrozen bevel te varen: “Plein anagkè, zèn ouk anagkè”, hetgeen wil zeggen: “het is noodzakelijk dat er gevaren wordt, niet dat er geleefd wordt”.
Pompeius zal natuurlijk in het Latijn geschreeuwd hebben, maar Plutarchus was nu eenmaal een Griek die in het Grieks schreef.

In een der eerste Latijnse Plutarchusvertalingen (in 1478) werd dat: “Navigare necesse est, vivere non necesse”.

De door Pompeius gesproken woorden zijn in de loop van de geschiedenis uitgegroeid tot een aanduiding voor het economische en militaire belang van de scheepsvaart. Het citaat wordt sinds anderhalve eeuw gebruikt in de betekenis: “de zeevaart moet tot elke prijs worden gevrijwaard”. Het was om deze reden dat Rotterdam de spreuk “Navigare Necesse est” tot haar devies maakte. Dit devies is terug te vinden in de Centrale Hal van het Stadhuis van Rotterdam. De ontwerper van het stadhuis wilde in het centrum van het gebouw vooral de betekenis van Rotterdam als wereld-havenstad en als centrum van transito-verkeer uitbeelden.
In de kruin van de koepel is “Rotterdam” als uitgangspunt genomen, voorgesteld door het stadswapen met daaromheen de tekst “Navigare Necesse est”, vanwaar het handelsverkeer gaat over Europa en de vier overige werelddelen.

We schrijven 1989. Het devies van Rotterdam inspireert een dispuut in oprichting, van de Rotterdamse Studenten Vereniging “Sanctus Laurentius” om haar naam te baseren op de woorden van Gnaeus Pompeius Magnus om op deze manier in de dispuutsnaam een link te leggen met de wereldhaven en de stad Rotterdam waarin de leden van het dispuut studeren of studeerden. Te baseren, omdat de naam van het dispuut luidt: “Navigare Necesse”. De werkwoordsvorm est kan immers worden weggelaten.

bron: 1e Lustrumboek

Navigare Necesse est in het stadhuis van Rotterdam